De digitale euro: betaalmiddel of controle-infrastructuur?
![]()
Tijdens de coronaperiode werd in Nederland zichtbaar hoe een toegangsvoorwaarde het dagelijks leven kan veranderen. Vanaf 25 september 2021 moest je voor onder meer horeca, evenementen, bioscopen en theaters een geldig coronatoegangsbewijs laten zien. Zonder groen vinkje kwam je niet binnen. Over de maatregelen van toen kun je verschillend denken. Voor dit artikel is vooral de vraag relevant wat er gebeurt wanneer zulke voorwaarden technisch op grotere schaal kunnen worden toegepast.
Die vraag speelt ook in de discussie over de digitale euro. Zou een toekomstige overheid tijdens een crisis niet alleen de toegang tot een restaurant kunnen beperken, maar ook de betaling daar kunnen tegenhouden? Rond digitale centralebankmunten, vaak CBDC’s genoemd, leeft die zorg. Het antwoord vraagt om nuance. De digitale euro wordt volgens het huidige ontwerp geen geld waaraan je per euro kunt vastleggen wat iemand ermee mag kopen. Tegelijk kan een betalingssysteem ook buiten het geld zelf regels afdwingen.
De digitale euro wordt geen programmeerbaar geld
Een veelgehoord beeld is dat de overheid straks iedere digitale euro een eigen bestemming kan geven. In dat scenario zou geld bijvoorbeeld:
- voor een bedrag van €100 alleen voor boodschappen bruikbaar zijn;
- voor een bedrag van €50 niet aan benzine besteed mogen worden;
- na drie maanden verlopen;
- niet werken bij een restaurant als iemand niet aan een bepaalde voorwaarde voldoet.
Dat beschrijft niet het huidige Europese ontwerp. De Europese Centrale Bank zegt dat de digitale euro geen programmeable money wordt. Het geld krijgt dus niet zelf een ingebouwde regel die per persoon, plaats of product bepaalt waar het aan besteed mag worden. De bewering dat de ECB eenvoudig iemands digitale euro’s kan instellen zodat diegene geen vlees of benzine meer kan kopen, gaat voorbij aan dat onderscheid.
Daarmee is de vraag naar controle nog niet beantwoord. Een betaling kan namelijk worden geweigerd zonder dat het geld zelf programmeerbaar is.
De controle kan vóór de betaling plaatsvinden
Ook gewone euro’s op een bankrekening zijn niet programmeerbaar. Toch kan een bank een betaling tegenhouden. Tussen degene die betaalt en degene die ontvangt, staat een betaaldienstverlener die controles uitvoert. Die kijkt bijvoorbeeld:
- of er genoeg saldo is;
- of de rekening geblokkeerd is;
- of iemand op een sanctielijst staat;
- of een fraudemodel iets verdachts signaleert;
- of de transactie volgens de wet mag worden uitgevoerd.
De regels zitten dan in het proces rond de betaling, niet in de euro. Ook bij de digitale euro blijft een tussenlaag bestaan. Anders dan bij Bitcoin, waar je zelf een geldige transactie naar een open netwerk kunt sturen, kiest de ECB voor een model met banken en andere betaaldienstverleners. Deze Payment Service Providers (PSP’s) vormen de schakel tussen burgers, ondernemers en de centrale digitale-euro-infrastructuur.
Een PSP verzorgt onder meer de identificatie van klanten, toegang tot de wallet, KYC- en witwascontroles, fraudebewaking, wettelijke controles en het doorsturen van betalingsopdrachten. De centrale infrastructuur van het Eurosysteem verwerkt uiteindelijk de afwikkeling van de betaling, ook wel settlement genoemd. Een transactie kan dus al bij de betaaldienstverlener worden tegengehouden, voordat zij bij die centrale afwikkeling aankomt.
Wat als er opnieuw een toegangsvoorwaarde komt?
Stel je, als gedachtenexperiment, een nieuwe crisis voor waarin de overheid besluit dat mensen die niet aan voorwaarde X voldoen tijdelijk geen gebruik mogen maken van categorie Y. Tijdens corona werd een toegangsvoorwaarde meestal bij de deur gecontroleerd. Een digitaal betaalproces zou zo’n controle in theorie ook eerder kunnen uitvoeren, bijvoorbeeld:
- De PSP controleert of de betaler volgens een opgelegde regel een betaling mag doen.
- Het systeem controleert of de ontvanger onder een bepaalde categorie valt, zoals een restaurant, en staat de betaling vervolgens toe of weigert die.
Betaalsystemen kennen nu al categorieën voor soorten bedrijven. Visa en Mastercard gebruiken daarvoor onder meer Merchant Category Codes, bijvoorbeeld voor restaurants, hotels, supermarkten en gokbedrijven. Dat maakt een denkbeeldige koppeling tussen een regel en een type ontvanger technisch voorstelbaar.
Het is nadrukkelijk geen functie die op dit moment voor de digitale euro wordt gebouwd. Er bestaat geen huidige CBDC-regel die bepaalt dat je medische status, CO₂-uitstoot, politieke voorkeur of ander gedrag vastlegt waar je geld mag uitgeven. Het punt is dat een eventuele toekomstige beperking niet in de euro zelf hoeft te worden geprogrammeerd. Zij zou ook via de toegang tot een betaling kunnen werken.
Geld programmeren is iets anders dan toegang regelen
Het verschil tussen die twee vormen van controle is belangrijk:
- Bij programmeerbaar geld zit de beperking in het geld zelf. Een bedrag zou bijvoorbeeld alleen voor voedsel kunnen worden gebruikt. Dat is niet het huidige ontwerp van de digitale euro.
- Bij programmeerbare betalingen of toegang blijft het geld gewoon geld, maar wordt vóór een transactie gecontroleerd of de betaling onder de geldende regels is toegestaan. Zulke controles bestaan in verschillende vormen al in het huidige financiële systeem.
De centrale vraag is daarom niet alleen of de digitale euro programmeerbaar geld wordt. Het is ook de vraag of de nieuwe infrastructuur het later eenvoudiger maakt om regels voor betalingen breed en uniform uit te voeren.
Een gezamenlijke Europese betaalinfrastructuur
Europa werkt niet alleen aan een digitale munt, maar ook aan de infrastructuur eromheen. Het ontwerp omvat onder meer een centrale afwikkelingslaag van het Eurosysteem, gemeenschappelijke technische standaarden, een gezamenlijk rulebook, banken en andere PSP’s die volgens die afspraken werken, fraudemechanismen, grenzen aan digitale-eurotegoeden en gestandaardiseerde wallets en interfaces.
Die standaardisatie heeft praktische voordelen. Betalingen kunnen eenvoudiger en op meer plaatsen op dezelfde manier werken. Tegelijk maakt een gedeelde infrastructuur het mogelijk regels overal op vergelijkbare wijze uit te voeren. Als veel mensen en betaaldienstverleners via dezelfde standaarden werken, hoeft een toekomstige regel niet voor ieder banksysteem afzonderlijk te worden ontwikkeld.
Dat betekent niet dat er één knop in Brussel komt waarmee een ambtenaar de uitgaven van burgers naar believen kan aanpassen. De verantwoordelijkheden zijn verdeeld:
- De Europese wetgever stelt de regels vast.
- De ECB en het Eurosysteem beheren belangrijke delen van de infrastructuur.
- Banken en andere PSP’s kennen hun klanten en voeren de regels uit die voor hen gelden.
Een centraal vastgesteld besluit kan op die manier wel door veel afzonderlijke financiële instellingen worden uitgevoerd. Dat mechanisme kennen we nu al. Banken controleren bijvoorbeeld of klanten of ontvangers op een sanctielijst staan. Als regelgeving voorschrijft dat iemands tegoeden worden bevroren, hoeven diens euro’s daarvoor niet programmeerbaar te zijn: de bank herkent de persoon en past de regel toe.
Financiële toegang kan ook zonder CBDC worden beperkt
De maatregelen rond de truckersprotesten in Canada laten zien dat financiële toegang onder noodwetgeving politiek kan worden beperkt zonder digitale centralebankmunt. Financiële instellingen kregen toen de opdracht bepaalde rekeningen en financiële producten te bevriezen of op te schorten. Dat voorbeeld bewijst niet dat de digitale euro voor zo’n doel zal worden ingezet. Het laat wel zien dat de mogelijkheid om mensen financieel uit te sluiten niet pas met een CBDC ontstaat.
De vraag die voor ons overblijft, is of een uniforme Europese digitale betaalinfrastructuur zulke besluiten in de toekomst sneller of breder uitvoerbaar kan maken. Daar is reden om kritisch naar te blijven kijken, zonder te doen alsof een hypothetische toepassing al huidig beleid is.
De toegangspoort verdient aandacht
Bij discussies over CBDC’s gaat het vaak over het centrale digitale grootboek, de ledger, waarin tegoeden en transacties worden bijgehouden. Men vraagt zich af of de ECB iemands identiteit kan zien, transacties kan programmeren of een saldo kan veranderen. Dat zijn nuttige vragen, maar ze richten zich op één onderdeel van het systeem.
Rondom dat grootboek ligt een andere laag: identificatie door de bank of PSP, wettelijke regels, fraudedetectie en toestemming om een betaling door te laten. In technische discussies wordt die laag soms de control plane genoemd. Daar kan worden bepaald of een transactie de centrale afwikkeling überhaupt bereikt. De ECB kan dus zeggen dat zij geen programmeerbaar geld bouwt, terwijl het totale betalingssysteem nog steeds regels voor toegang en transacties afdwingt. Dat is geen tegenspraak; het gaat om verschillende onderdelen.
De vergelijking met corona maakt het onderscheid tastbaar. De euro’s op je rekening veranderden toen niet. Een voorwaarde werd gecontroleerd bij de toegang tot een restaurant. In een denkbaar toekomstig digitaal betalingssysteem zou een voorwaarde eerder in het proces kunnen worden getoetst, nog vóór de betaling wordt verwerkt. Ook dit is geen bestaande functie of voorspelling over de digitale euro. Het laat zien waarom de inrichting van toegangspoorten ertoe doet.
Wat betekent dit voor keuzevrijheid?
De discussie wordt vaak als een keuze tussen twee uitspraken gepresenteerd. De ene kant stelt dat de overheid programmeerbaar geld bouwt waarmee zij straks bepaalt wat iemand mag kopen. Dat klopt niet met het huidige Europese ontwerp. De andere kant concludeert dat er daarom niets te bespreken valt. Ook dat gaat te snel. De digitale euro zelf wordt niet als programmeerbaar geld ontworpen, maar de infrastructuur eromheen blijft gebaseerd op toegelaten partijen en regels.
Technische infrastructuur wordt meestal voor praktische doelen aangelegd. Wat zij later mogelijk maakt, hangt ook af van toekomstige politieke keuzes. Een wegennet wordt niet gebouwd voor een avondklok, maar kan tijdens een crisis wel worden gebruikt om verkeer te beperken. Zo kan een digitaal identiteits- of betalingssysteem nuttige diensten leveren en tegelijk mogelijkheden scheppen die bij de aanleg niet centraal stonden. Voor wie waarde hecht aan autonomie tellen daarom zowel de huidige regels als de mogelijkheden van de infrastructuur.
De digitale euro brengt publieke digitale betalingen onder een omvangrijker Europees technisch en juridisch geheel. Dat betekent niet dat een overheid automatisch iemands geld kan programmeren. Wel kan een toekomstige regel, als die politiek en juridisch wordt vastgesteld, mogelijk via de financiële toegangspoorten op grote schaal worden uitgevoerd. Het verschil tussen die twee scenario’s is voor de techniek groot, maar voor iemand wiens betaling wordt geweigerd kan de uitkomst vergelijkbaar voelen.
Onze conclusie
De digitale euro wordt volgens het huidige ontwerp geen geld dat per persoon of aankoop een ingebouwde bestemming krijgt. De zorg dat Brussel straks rechtstreeks iedere digitale euro kan instellen zodat je geen vlees, benzine of restaurantbezoek meer kunt betalen, is daarmee geen juiste beschrijving van het ontwerp.
Dat neemt de bredere vraag niet weg. Banken, wetgeving, fraudedetectie en centrale afwikkeling werken in een digitaal betaalsysteem samen. Een beperking hoeft niet in het geld zelf te zitten om invloed te hebben op wat iemand kan betalen. Op dit moment bestaat er geen digitale-eurobeleid dat betalingen afhankelijk maakt van bijvoorbeeld medische status of politieke voorkeur, en we weten niet of zo’n beleid er ooit komt. Juist daarom willen wij het gesprek voeren over de mogelijkheden die een gezamenlijke infrastructuur op langere termijn schept.
Voor Keuze Vrij Bij Mij draait keuzevrijheid uiteindelijk ook om die vraag: hoeveel ruimte houd je om zelfstandig te kiezen wanneer regels of omstandigheden veranderen?
Meer verdieping: kijk het Webpanel Geld terug
Hoe kun je zelf meer regie houden over je geld? In het Webpanel Geld delen vier sprekers hun perspectief:
- Tom van Lamoen over Bitcoin, geldsystemen en decentralisatie.
- Toine Manders over fiscaal recht en vermogensbescherming.
- Otto Schapendonk over cashflow, investeren en vermogensopbouw.
- Olaf Weller over Kaspa en digitale waarde in eigen beheer.
Bronnen
- ECB – How would a digital euro work? — Uitleg over de werking van de digitale euro en het uitgangspunt dat deze niet als programmeerbaar geld wordt ontworpen.
- ECB – Digital euro — Over het distributiemodel via banken en andere betaaldienstverleners en de rol van het Eurosysteem.
- EUR-Lex – Proposal for a Regulation on the establishment of the digital euro — Het Europese wetsvoorstel met onder andere de rollen van PSP’s en grenzen aan programmeerbaar geld.
- Rijksoverheid – Nederland verder open met coronatoegangsbewijs — Over de invoering van het coronatoegangsbewijs vanaf 25 september 2021 voor onder meer horeca, evenementen, bioscopen en theaters.
- ECB – Digital euro progress — Voortgangsrapportages en technische ontwerpdocumenten over de digitale euro.
- Government of Canada – Emergency Economic Measures Order (archival context) — Juridische basis voor financiële maatregelen tijdens de Canadese Emergencies Act in februari 2022.
- Government of Canada – Financial measures under the Emergencies Act — Officiële toelichting op de tijdelijke bevoegdheid voor financiële dienstverleners om rekeningen te bevriezen of op te schorten.
- Visa – Merchant Data Standards Manual — Officiële Visa-documentatie met de Merchant Category Code-lijst en classificatie van typen ondernemingen.
